De bewoners van het jachtslot De Mookerheide

Jan Jacob Luden

Jan Jacob Luden werd geboren te Amsterdam op 11 augustus 1877 als zoon van koopman Jacob Hendrik Luden en Tetia Catharina Moll. Vader Jacob Hendrik Luden had reeds verschillende landerijen en huizen in Heumen, waaronder de resten van het kasteel, in zijn bezit gekregen. Op 30 januari 1879 kocht hij de rechten van de heerlijkheid Heumen van de stad Nijmegen. Op 26 juli 1889 overleed te Driebergen de heer Jacob Hendrik Luden van Heumen. Het bedje voor zoon Jan Jacob was gespreid.

Rond 1900 vatte de heer Jan Jacob Luden, heer van Heumen zoals hij zichzelf op een gegeven moment ging noemen, het plan op om op de Mookerheide een landgoed te stichten en er een kasteel, jachtslot of huis te bouwen. De heer D.G. Montenberg, rentmeester en plantagemeester der kroondomeinen, werd er op uitgestuurd om zo’n 100 hectaren grond te kopen voor dit doel. De gebroeders Oscar en Henri Leeuw, architecten te Nijmegen en zonen van beeldhouwer Henri Leeuw, kregen het verzoek het landhuis te ontwerpen. Luden maakte in grove trekken zijn bedoeling duidelijk en vervolgens konden de broers aan de slag. Op geld hoefde niet gekeken te worden en dat maakt een opdracht natuurlijk wel erg lucratief.

De heide werd ontgonnen en de bebossing ter hand genomen. Volgens de Heidemij: “Grove den en Amerikaanse eik namen al gauw de grootste oppervlakte in. Veel later kwam daar de douglas, een snelle groeier, als echte houtproducent bij.” Luden liet binnen zijn landgoed ook landbouwgronden aanleggen.
In de moestuin staat een glazen kas met zeer specifieke nokversiering, een gietertje als windvaan en smeedijzer boven de ingang.

 

                                                   Algemeen Handelsblad, 17 april 1909.

Nieuwe Tilburgsche Courant, 20 september 1909:

Geldbelegging
Zekere heer Luden, aldus vertelt de Residentiebode, die er warmpjes bijzit, had voor enkele jaren een aardig idee. Voor het bagatelletje van, we menen, ongeveer een ton kocht hij een honderdtal bunders hei en bos op de bekende Mookerhei. Die oerwoeste gronden liet hij in minimum van tijd omtoveren, natuurlijk niet zonder ontzaglijke kosten, in een prachtig landgoed met een heerlijk park, waarvoor zelfs wilde beesten werden aangekocht. Te midden van de lachende omgeving, hoog op de golvende heuvelklingen, bouwde hij zich in verloop van een paar jaar, een modern kasteel dat hier te lande misschien zijn weerga niet vindt; machtige kolos, zichtbaar uren in het rond. Het landgoed ‘De Mookerheide’ was de vriendelijke oase te midden van de onbewoonde historische omgeving en als een type, wat van een dorre hei te maken is.

Maar niets hier op aarde is bestendig van duur en ook de liefde voor een idee wil wel eens verslappen. Zo geviel het dat de heer Luden er de brui aan gaf, dáár zo eenzaam te wonen en er zijn landgoed aan wilde geven. De mogelijkheid bestaat echter ook dat het hem alleen te doen was om het plezier van het ‘bouwen’ en dat hij nu weer elders aan ’t werk zal gaan.
Wat daarvan zij, veel school zal de heer Luden voorshands niet maken. Het landgoed werd te koop aangeslagen, geveild en nu staat in de advertentiekolommen van sommige bladen te lezen dat ‘De Mookerhei’ is ingezet als volgt:
Het kasteel op 71.000 gulden voor het kasteel en het hele landgoed op 92.200 gulden.
Zoals men ziet, een sommetje dat men in ’t dagelijks leven een ‘peulschilletje’ zou noemen.

Hoe verging het Jan Jacob Luden verder? Hij werd later onder curatele gesteld en in 1917 trouwde hij met Anna de Quinze. Op 12 mei 1935 overleed hij te Brussel.

Antonie Marinus Vroeg

Op 4 mei 1910 wordt Antonie Marinus Vroeg, geboren te Nijkerk op 2 januari 1864, de nieuwe eigenaar van het jachtslot. Het vreemde is dat sinds de veiling ruim een half jaar verstreken is en dat de prijs een stuk lager is komen te liggen, namelijk 65.000 gulden voor het gehele complex.

De heer Vroeg komt op 1 september 1910 vanuit Amsterdam met zijn oudere zus Johanna Gijsberta op ‘de Mookerheide’ wonen. Het personeel sprak later met veel respect over ‘mijnheer’ en ‘de juffrouw’.

In januari 1915 wordt bij de gemeente een verzoek van de heer Vroeg ingediend waarin hij vraagt een stuk van de Mookerheide, grenzende aan zijn terrein, van de gemeente kan kopen tegen een passende prijs. Burgemeester en wethouders besluiten om eerst zelf ter plaatse te gaan kijken. In de vergadering van 26 februari verklaren zij akkoord met de verkoop te gaan van zo’n 8 à 9 hectaren tegen 250 gulden per hectare wat de grond betreft en voor het daarop staande hout wordt nog eens 1000 gulden gevraagd.

In april 1917 dient de heer Vroeg een verzoek in bij burgemeester en wethouders om op zijn terrein een chauffeurshuis te mogen bouwen. Op 1 mei 1917 wordt zijn verzoek ingewilligd. Ook een tuinmanswoning wordt op zijn grond gebouwd.

Broer en zus Vroeg zijn kennelijk nog al reislustige types gezien de uit- en inschrijvingen in het bevolkingsregister van Mook:
Op 24 oktober 1921 vertrekt hij naar Berlijn en enkele maanden later volgt zijn zus.

Vanuit Berlijn komen ze op 21 juni 1923 weer naar Molenhoek om vervolgens op 21 april 1927 naar Parijs te vertrekken.

Op 11 augustus 1928 treedt Vroeg in het huwelijk met de Amerikaanse operazangeres Jessie Louise Parkinson. Zij kan haar draai niet vinden op het jachtslot in Molenhoek en het echtpaar besluit naar Montreux  te verhuizen. Zus Johanna vertrekt dan vervolgens naar Apeldoorn. Johanna Gijsberta Vroeg overleed te Den Haag op 27 april 1952.

Het heeft nogal wat gevolgen voor Mook en haar bewoners. De heer Vroeg was een persoon die begaan was met het lot van de gemeenschap en hielp bij rampen, maar betaalde ook veel belasting, had veel mensen in dienst en zorgde bijvoorbeeld ook voor de grote klok in de kerk van Molenhoek.

Dat hij te hulp schoot bij rampen blijkt bijvoorbeeld uit de volgende gevonden brief:

Den HoogEdelgeboren Heer A.M. Vroeg
Villa Ormond
Clarens Montreux Zwitserland

HoogEdelgeboren Heer,
Zo dikwijls als er nood was of rampen neerkwamen op de armere bewoners van Mook en Middelaar, bent U te hulp gekomen, dat ook nu weer uw naam spontaan door velen genoemd werd, want er is nu weer een ramp gekomen over een groot deel van de gemeente, een overstroming. Drie dagen en drie nachten is de landbouwende bevolking onder leiding van burgemeester en wethouders in de weer geweest om met inspanning van alle krachten de polder voor overstroming te behoeden. Duizenden planken en zandzakken zijn gebruikt, de bekistingen waren tesamen meer dan 2 kilometer lang, toen in de nacht van vrijdag op zaterdag het Maaswater bijna over de hele lijn van Mook tot voorbij Middelaar over de zomerkaden en bekistingen de polder binnenstroomde. De hele polder is thans een troosteloze watervlakte……

Wetend dat het wel en wee van de bewoners van Mook en Middelaar u steeds ter harte gaat, hebben wij ons met vertrouwen tot U durven wenden, in de hoop dat U zich met het plaatselijk steuncomité voor maatschappelijke noden, waarvan de Heer Burgemeester de voorzitter is, in verbinding zult willen stellen.
Bij voor baat onze hartelijke dank
Hetwelk doende met de verschuldigde hoogachting
C.M. van Duijnhoven,  J. Kersten,  A.W. Willems,  P. Claessens, hoofd der school,  R. Horsten,  A.A. Haaf,  Siebers,  A.V. Tilburg,  G.W. Theunissen

In de krant van 29 november 1934 lezen we:
Kasteel Mookerheide
De Kasteelheer ging.
Een slag voor Molenhoek.
Uit betrouwbare bron vernemen wij, dat de heer Vroeg, eigenaar van het alom bekende landgoed ‘De Mookerheide’ zijn bezittingen te Mook voorgoed heeft verlaten om zich blijvend in Montreux in Zwitserland, alwaar hij eenzelfde landgoed bezit, te gaan vestigen.
Dat dit een groot financieel verlies voor Mook betekent, behoeft geen betoog.
Een corps arbeiders, waarbij enkele met talrijke kinderen zijn hierdoor in hoge mate gedupeerd. Deze mensen die tal van jaren op dit landgoed tegen behoorlijk loon hun diensten hebben verricht, zijn hierdoor plots op straat komen te staan en hebben nu generlei inkomsten meer. De heer Vroeg heeft namelijk al zijn personeel, en dit was niet gering in aantal, ontslagen en laat zijn goed in verlaten toestand liggen.
Of er in deze benarde tijden spoedig kopers voor worden gevonden, is in erge mate te bezien.”

De heer G. Linders, postbesteller, vertelde bij zijn afscheid na 45 dienstjaren in 1962 onder andere:
“… Vroeger was het zo dat de avondpost pas om plm. half zeven arriveerde en dat betekende dat de bestelling ongeveer 9 uur ’s avonds was afgelopen. En zelfs dan nog niet helemaal. Want jarenlang is het de gewoonte geweest dat één besteller nog ’s avonds om 9 uur een speciale rit moest maken naar de bewoner van het kasteel Mookerheide. Dit invloedrijke personage, dat in verband met zijn zaken zelfs een aparte telefoonlijn met Amsterdam had, kreeg ook een aparte postservice en dan gebeurde het nogal eens dat ‘de post’ nog een half uurtje of langer moest wachten omdat er nog een spoedeisende brief in de maak was, welke beslist met de ochtendtrein naar Nijmegen en verder moest. Och het ging in die dagen gemoedelijker toe als thans en bovendien toonde de kasteelheer waardering te hebben voor de medewerking van de post.”

Toen de heer Vroeg met zijn echtgenote naar Zwitserland vertrokken was, kreeg burgemeester Sengers het beheer over het landgoed en de heer Piet Kersjes bleef de toezichthouder.

 In beslagname
Op 26 oktober 1942 werd door de Duitse bezetter een deel van het landgoed in beslag genomen. Op 14 april 1943 verklaarde de Nijmeegse Ortskommandantur: Op 13 februari 1943 gold als in beslaggenomen:

  1. Het gebouw van het landgoed “Mookerheide”, A 2120 (villa)
  2. Een stal/schuur als garage (ongeveer 300 meter verwijderd van de villa)
  3. Een tuinmanswoning (klein huis) naast de onder twee genoemde stal.

Niet in beslaggenomen zijn een tweede tuinmanswoning (verhuurd) en de tuinderij (verhuurd).

Voor dat men over wil gaan tot schadeloosstelling van het in beslaggenomen onroerend goed door de Duitse Weermacht, wil de “chefintendant” van de burgemeester van de gemeente Mook weten waarom de heer Vroeg in het buitenland zit en of dat buiten zijn schuld is.

Op 23 juni 1943 verklaart burgemeester H.J.J. Sengers in een brief:
“Herr Vroeg war wohnhaft in Clarence-Montreux (Schweiz); er besitzt auch noch ein Landgut in Cap Martin (in der Nähe von Menton, Frankreich).
Herr Vroeg ist von Niederländische Staatsangehorigkeit. Die Eltern seiner Ehefrau sind wohnhaft in Nord-Amerika. Jede 2 Jahre besuchten Herr Vroeg und seine Frau die Eltern dort und dies war auch den Fall als während einer Reise nach Amerika der Krieg anfang.
Er verbleibt also unverschuldet im Ausland.”

Na de oorlog heeft het jachtslot nog een tijdje dienst gedaan als woonruimte voor enkele gezinnen uit Middelaar omdat in dat dorp geen woning meer overeind stond.

Ook is er sprake van geweest dat het landgoed De Mookerheide ingericht zou worden als T.B.C.-sanatorium. Maar om onbekende redenen is dit plan niet door gegaan.

Zusters Dominicanessen van Bethanië

In 1946 kopen de zusters Dominicanessen van Bethanië het jachtslot en gaan zich daar bekommeren om het lot van uit huis geplaatste meisjes. Deze koop had heel wat voeten in aarde. Eigenaar, de heer Vroeg, woonde in Zwitserland en zo vlak na de oorlog was het reizen nog niet zo vanzelfsprekend. Moeder-overste Imelda Esser en haar assistente zuster Magdalena Nouwen kregen toestemming om met een vliegtuig van de luchtmacht mee naar Génève te vliegen. Het was een avontuurlijke tocht voor de twee zusters. Na stevige onderhandelingen, en een noveen ter ere van de heilige Dominicus, kwam tenslotte op 21 augustus 1946 het bericht: er komt een nieuw huis in Molenhoek.
Op 3 februari 1947 baanden de eerste zes zusters zich een pad door de hoge sneeuw. Er moest veel gebeuren voordat men kon starten: verbouwen, plannen maken, subsidies verwerven, enz. Er is heel wat werk verricht door de zusters want je hebt niet zomaar een netwerk van fondsen opgezet want aanvankelijk moesten de zusters het zonder inkomen zien te klaren.

Zuster Magdalena Nouwen schreef in De Heraut van het Bethaniënwerk van 1972 onder andere:
Mook, geschenk aan de Maas
Herhaalde pogingen om huis en terrein aan te kopen voor een sanatorium stuitte af op verdeeldheid binnen het bestuur van die stichting. Een van die adviseurs van deze stichting maakte de zusters van Bethanië opmerkzaam op het gebouw, omdat hij wist dat de Congregatie zocht naar een geschikt terrein of huis om een observatie-centrum te beginnen voor meisjes. Het ministerie van Justitie, waaronder dit observatiehuis zou komen te ressorteren, drong er op aan spoedig met het werk te beginnen en gaf dan ook alle medewerking.

De eerste poging door een zaakwaarnemer om het huis te kopen mislukte, omdat de deviezenvoorschriften in die dagen het voor de eigenaar, de heer Vroeg, niet erg aantrekkelijk maakten. Deze was gedurende de oorlog met zijn jonge vrouw in Amerika geweest, maar sedert kort terug in Zwitserland.

De zusters van Bethanië gaven ondanks alle moeilijkheden en mede op aandringen van de justitiële autoriteiten de moed niet op. Na eindeloze pogingen en een ware kruistocht van het ene ministerie naar het andere, kregen de zusters tenslotte een “Ordre de mission” van het ministerie van buitenlandse zaken en vlogen met een militair vliegtuig naar Genève, waar de heer Vroeg hen liet afhalen, gentleman als hij was, door een particuliere chauffeur. Niet alleen de zusters zagen de eerste ontmoeting met angst en beven tegemoet, maar ook de heer en mevrouw Vroeg voelden zich vreemd en onwennig tegenover deze twee witte gestalten. Nog nooit hadden zij zusters te logeren gehad, waren er zelfs nooit mee in contact geweest. Vooral door de joviale, hartelijke en zeer gastvrije houding van de vrouw des huizes was het ijs al gauw gebroken. Over het weer werd verteld en over de oorlogservaringen, in gebroken Nederlands – Duits – Engels. Men scheen elkaar ondanks die Babylonische spraakverwarring toch te begrijpen. Gastheer en gastvrouw interesseerden zich zeer voor het sociale werk dat door de zusters werd verricht. Het vreemde was, dat er in de eerste dagen met geen woord werd gesproken over de aankoop van het landgoed te Mook.

Op 4 augustus echter, feest van de H. Dominicus, ontbood de heer Vroeg beide zusters in zijn “Jan Steen cabinet”, waarvan een der muren werd ingenomen door een prachtig Jan Steen schilderij. Zijn vrolijke Amerikaanse vrouw lachte ondeugend en tot grote verrassing van de beide zusters verklaarde de heer Vroeg zich bereid tot verkoop en wel onder veel gunstiger voorwaarden dan het eerste aanbod. Zó werd het landgoed eigendom van de Dominicanessen van Bethanië. De naam ‘landgoed’ was wel erg groots voor het uitgewoonde en deerlijk gehavende huis dat de zusters betrokken op 3 februari 1946. Het sneeuwde die dag en het bleef sneeuwen de eerste weken, zodat een milde, prachtig witte sprei al het geruïneerde en gehavende van tuin en bossen voorlopig bedekte.

Jarenlang heeft het gekost om orde te scheppen in deze chaos. Onnoemelijk hard is er gewerkt door de zusters en door veel trouwe medewerkers. Maar tenslotte bereikten ze hun doel en met de morele en financiële steun van het departement van justitie en van veel goede vrienden, kwam na enkele jaren een observatiehuis tot stand.”

De Gelderlander uit 1947:
Aan de stadspui
De Nijmeegse Kinderbescherming, die zich het lot van tientallen kleinen welke onder voogdij staan, ter harte neemt, zit in de put. In de oorlog ging het tehuis van de eerwaarde zusters van Liefde, op de Doddendaal, in vlammen op. Er was geen mouw aan te passen en vergeefs werd naar een ander oord van heropvoeding en scholing voor deze verwaarloosde stadskinderen uitgezien. Totdat de eerwaarde zusters van de congregatie van Dominicanessen van Bethanië zich voor dit werk van naastenliefde beschikbaar stelden. Deze zusters hebben hun moederhuis in Venlo en filiaalhuizen in Breda, Stevensbeek, Baexem. Rijsbergen en Helmond. Voor de voogdijkinderen uit Nijmegen en omgeving richten de zusters thans te Mook [Molenhoek], in het voormalige jachtslot een tehuis in dat schitterend is gelegen op de Mookerheide. Een zestal zusters is op het moment, onder leiding van de eerwaarde moeder dag en nacht in de weer om het jachtslot, dat veel van een kasteel weg heeft, in te richten. Kinderen van 0 – 21 jaar, de jongens tot 7 jaar, zullen niet alleen een weldadig dak boven hun hoofd, maar door een welgeleide opvoeding ook een goede godsdienstige en morele overtuiging krijgen.
Een Franse Dominicaan Père Lataste, heeft in 1867 de congregatie van de zusters gesticht, die als Nederlandse tak geheel zelfstandig staat.

 

De Gelderlander, november 1949:
Vader bisschop wijdde kapel op landgoed “Mookerheide” in
Van “verborgen werelden” tot “Huizen zonder tralies” 

Vandaag [27 november 1949, de eerste zondag van de advent] is dan voor de zusters Dominicanessen van Bethanië op het landgoed “De Mookerheide” een lang gekoesterde wens in vervulling gegaan. Vandaag was het voor hen een blijde dag want de nieuwe kapel werd ingezegend. En dat nog wel door Vader Bisschop zelf. Mgr. dr. G. Lemmens, de bisschop van Roermond, heeft op deze blijde dag zelf deze plechtigheid willen verrichten. En al daalde er dan een druil regentje neer uit een loodgrijze hemel, dit alles deerde de zusters en de talrijke belangstellenden niet, want er was vreugde en zonneschijn in de harten.

Een reeds jaren geleden gedane voorspelling, namelijk dat op het landgoed nog eens een Godshuis zou verrijzen, is op deze gedenkwaardige zondag meteen bewaarheid geworden. Dicht bij de plaats waar in 1574 Lodewijk van Nassau en de Spaanse veldheer Sancho dÁvilla een verwoede strijd leverden waarbij honderden soldaten jammerlijk in de modder omkwamen, waar in de afgelopen oorlog wederom het gebulder van kanonnen en ’t springen van granaten chaos en ellende brachten, is thans een huis des vredes ingezegend. Een barrière tegen alles wat kwaad en slecht is.
Nadat Mgr. Dr. Lemmens de inwijding van de kapel had verricht, droeg hij met assistentie van de hoogeerwaarde heren J. Strijkers en H. Jansen, respectievelijk deken van Venlo en Gennep, een pontificale H. Mis op. De kapel was geheel met genodigden gevuld. Na de H. Mis had een Sacramentsprocessie plaats door de tuinen van het landgoed.

De altijd gastvrije zusters hadden inmiddels het ontbijt klaar gemaakt. Rector Verbunt maakte van de gelegenheid gebruik om enkele woorden te spreken. Op de eerste plaats heette hij, mede namens moeder-overste, alle aanwezigen van harte welkom. Hij herinnerde aan vroeger jaren, toen tussen Mook en Groesbeek de Keizersweg liep. Aan deze weg stelden de bewoners van de streek zich op om hulde te brengen aan keizer Karel, wanneer deze passeerde. Aan diezelfde weg is nu een huis verrezen om hulde te brengen niet aan de keizer doch aan O.L. Heer.
Het dameskoor Arti et Charitati heeft vervolgens met veel succes een concert gegeven. Daarna werd een fikse wandeling gemaakt door de prachtige uitgestrekte bossen, die tot het landgoed behoren.”

Het centrum ging van start met ongeveer tien pupillen, die werden ondergebracht in de voormalige tuinmans- en chauffeurswoning. Op 24 mei 1950 hadden de zusters toestemming gekregen om deze twee woningen te verbouwen tot kinderpaviljoens.

Op 7 september 1950 kregen de zusters van Bethanië toestemming tot het uitbreiden van het klooster met een kapel voor de meisjes en uitbreiding van de leslokalen. Er werd een nieuwe vleugel aangebouwd.

Op 25 april 1952 volgde de toestemming voor de bouw van twee paviljoens en groeide het aantal pupillen.

Vanaf het begin is er aan het centrum een school verbonden. Dit moest ook wel want de kinderen die in Bethanië worden geplaatst zijn van leerplichtige leeftijd. Aanvankelijk was de school ondergebracht in het klooster, later in 1955 werd er een apart schoolgebouw gecreëerd.

Primair is de school natuurlijk gericht op de kinderen die intern in Bethanië verblijven maar later kunnen er ook externe Bethanië-kinderen terecht, die ’s avonds gewoon naar huis of pleeggezin gaan. Uiteraard komen deze kinderen uit de directe omgeving van Mook.

 

In 1986 verkopen de zusters het landgoed, met uitzondering van het schoolgebouw en het pensionaat, aan de Vereniging Natuurmonumenten. Op 6 februari verhuizen de laatste zusters uit het voormalige jachtslot, dan St. Dominicusklooster genoemd.

Landgoed Jachtslot de Mookerheide is een bijzondere plek met een grote cultuurhistorische waarde. Het landgoed, sinds 2001 aangewezen als beschermd rijksmonument, bestaat uit een jachtslot met daaromheen een park en tuinen. De aanleg ervan startte in 1902. Samen met de bij behorende bossen beslaat het landgoed een oppervlakte van 160 hectare. Natuurmonumenten beheert dit landgoed sinds 1985 en zet zich sindsdien in om dit landgoed te herstellen.

Hotel-restaurant Jachtslot de Mookerheide in Molenhoek sloot de deuren. Natuurmonumenten, eigenaar van het jachtslot, kreeg in januari 2017 de sleutels overgedragen van de heer Van Hout, die het fraaie pand jarenlang in erfpacht had. De komende tijd gaat Natuurmonumenten op zoek naar een nieuwe ondernemer en naar financiering voor de renovatie van het gebouw.
De ambitie van Natuurmonumenten is om niet alleen het landgoed, maar ook het jachtslot voor een breed publiek toegankelijk te maken.
Daarnaast wil Natuurmonumenten in een deel van het bosgebied in samenwerking met Natuurbegraven Nederland natuurbegraven mogelijk maken. Natuur en cultuur op het Landgoed krijgen zo nog meer maatschappelijk betekenis.

 

2 gedachtes over “De bewoners van het jachtslot De Mookerheide

  1. Als oud bewoner, was een kind zonder thuis.
    Ben ik dankbaar dat ik daar mocht zijn.
    Artikel is goed leesbaar en mooi beschreven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *