Kerkklokken

Op 30 augustus 1934 werd de kerk verrijkt met drie klokken die geleverd werden door firma v.d. Kerkhof en Zonen uit Aarle-Rixtel. De grootste was geschonken door de niet-katholieke ‘kasteelheer’ de heer Vroeg, een van de trouwste weldoeners van het klooster. De tweede klok was een gift van de ouders van broeder Aloysius Klomp en de derde was afkomstig van dokter Gerritsen uit Heumen.

De functie van kerkklokken was vroeger tweeledig. De klokken dienden niet alleen om de gelovigen op te roepen om naar de kerk te gaan, de klokken hadden ook een maatschappelijke functie. Ze waren in vroeger tijd hét communicatiemiddel bij uitstek. Als er bijvoorbeeld brand was werd de klok op een speciale manier geluid om de mannen op te roepen de brand te komen bestrijden.
Klokken waren en zijn niet weg te denken uit de samenleving. Voor aanvang van de kerkdiensten was en is klokgelui te horen. Om twaalf uur ‘s middags klepten in katholieke streken de klokjes drie maal drie slagen om het angelus aan te duiden. Bij dopen en overlijden werd geluid.

De kerk in Molenhoek heeft een uurwerk met de Weense slag.  Deze wordt vooral gebruikt bij klokken van een kerk, maar komt ook voor bij de betere huisklokken. Bij het eerste kwartier klinkt er een enkele slag, bij het halve uur twee slagen, bij het derde kwartier drie. Op het volle uur klinken er vier slagen, waarbij er in de regel een serie slagen volgt waarbij het aantal het tijdstip weergeeft.

De drie klokken van de toren vielen ten prooi aan de willekeur van de bezetter.
Op 23 juli 1942 vaardigde de Duitse rijkscommissaris Seyss-Inquart de zogeheten tweede metaalverordening uit, ook wel de klokkenverordening genoemd. Op grond daarvan werden 6700 Nederlandse kerkklokken uit de torens gehaald.
Op 22 september haalde de Limburgse aannemer P.J. Meulenberg de eerste gevorderde klok in Nederland naar beneden uit de toren van het de rooms-katholieke kerk van Hoensbroek. Daarna trok Meulenberg, in de volksmond al snel ‘Klokken-Peter genoemd, met zijn medewerkers het hele land door. In opdracht van de Duitse bezetter werden tussen september 1942 en oktober 1943 duizenden kerkklokken verwijderd.
Voor de oorlog (1939) waren alle klokken in Nederland geïnventariseerd, waardoor de bezetters een jaar later precies wisten, waar wat hing. Ook het gewicht van de klokken was hen bekend. Wel hadden zij nog oog voor de monumentale waarde. Daarom werden monumentale klokken gekenmerkt met een M. Daarna volgden C-, B- en A-klokken. A-klokken waren de minst waardevolle, B-klokken de oudere, iets waardevoller, en C-klokken de waardevolste, historische, die zo lang mogelijk moesten worden behouden.

Op 2 december 1942 waren de klokken van Molenhoek aan de beurt. De Paters Passionisten waren het er niet mee eens en weigerden de bon te tekenen van de aannemer die de klokken uit de toren gehaald had.

In het archief van Mook vonden we de volgende verklaring:

De burgemeester der gemeente Mook en Middelaar verklaart, dat het hem bekend is, dat op 2 december 1942 door de Duitsers de volgende 3 bronzen klokken, afkomstig van de kerk der Paters Passionisten te Mook, werden gevorderd:

No.      Naam schenker                                   Toon   Diameter         Gewicht
1           Vroeg                                                         a’         92 cm              500 kg
2          Klomp                                                        c”        79 cm              290 kg
3          Gerritsen medicus en
Margaretha van Acker                             d”        70 cm              220 kg

Na de bevrijding zijn de onder nummers 1 en 3 genoemde klokken wederom terugontvangen, terwijl daarentegen de onder nummer 2 genoemde klok nog steeds [9 januari 1950] vermist wordt.

Door een gelukkig toeval werden op 15 maart 1946 twee van hen weer ergens in Nederland ontdekt en teruggebracht. Op de grootste klok, stond geschreven 5/84-B. Het is dus een klok uit de B categorie.

De derde klok werd door de gelovigen vervangen door een nieuwe en op 25 september 1949 bij de twee anderen gehangen. Op deze klok staat als het ware de geschiedenis:
1934 (oorspronkelijke klok, geschonken door familie Klomp); bedrieglijk ontvoerd in 1942; vervangen in 1949. Op 25 september 1949 is deze klok bij de twee anderen in de toren gehangen.

“Vroeger werd de klok altijd een half uur voordat de H. Mis begon geluid; op feestdagen klonken ze alle drie. Vijf minuten voordat de dienst begon luidde dan het kleine klokje van de huidige sacristie nogmaals om aan te geven dat de mensen zich toch wel echt moesten gaan haasten als ze nog niet in de kerk zaten.” Dit kleine klokje werd aan pater Richard Celie meegegeven toen hij naar Gennep vertrok om daar een nieuwe kerk te gaan bouwen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *