Straatnamen in Molenhoek

Stationsstraat
Deze straat heeft eerder de volgende namen gehad:
Keizersweg; De weg van Heumen naar Groesbeek; Heumenschelaan.

Arnhemsche Courant, 9 juli 1870

In de raadsvergadering van 13 augustus 1870 te Groesbeek werd besloten een voorstel te doen om het onderhoud van de Keizersweg voor de helft ten laste van de gemeente Groesbeek te nemen, terwijl de andere helft door het gemeentebestuur van Heumen zoude onderhouden worden.
Gemeentebestuur van Mook vond deze weg voor hen niet belangrijk genoeg.

Venloosch Weekblad, 10 januari 1885.

Op 1 juni 1883 werd in Molenhoek een station geopend en naar aanleiding hiervan werd de naam van deze straat later veranderd in Stationsstraat.
Het station Mook Middelaar werd in 1975 afgebroken. Op 6 mei 2009 is op dezelfde locatie een nieuw station geopend onder de naam Mook-Molenhoek maar er is geen nieuw stationsgebouw gekomen.

Keizershof
De Keizersweg in Molenhoek was oorspronkelijk een onderdeel van ‘Le chemin de Grave à Cleves’. De Keizersweg bestaat nu niet meer.
Het stuk in Molenhoek dat die naam droeg en dat ook ‘de weg van Heumen naar Groesbeek’ genoemd werd, is in verband met het treinstation omgedoopt tot Stationsstraat. Om de naam Keizersweg niet verloren te laten gaan heeft men het zandpad dat parallel liep met de oude Keizersweg deze naam gegeven. Later werd een deel van dit pad bebouwd en kreeg toen de naam Keizershof.

Begijnenhof
‘Begijnenhof’ is afgeleid van de vervallen Begijnenhofstraat die vroeger liep vanaf de Stationsstraat tot aan het oude tracé van de Oude Bovenstweg. Bij de naamgeving ‘Middelweg’ aan het nog bestaande stukje Begijnenhofstraat is vanuit de raad de wens geuit de naam Begijnenhof (-straat) voor het nageslacht te behouden. Vandaar dat is voorgesteld deze naam terug te laten keren.
Omstreeks medio de twaalfde eeuw ontwikkelde zich in heel West-Europa een nieuw fenomeen: diep gelovige vrouwen, vaak niet onbemiddeld, verenigden zich in een gemeenschap en lagen zo aan de basis van het ontstaan van talrijke begijnhoven.

Begijnenhof/Beginenhof was ook een kadastrale veldnaam in Molenhoek.

Lierweg en Lierdwarsstraat
Op de Lier is een oude veldnaam in het noordelijkste deel van Limburg.

De heidevelden ontstonden aan het eind van de middeleeuwen. De toegenomen bevolking zorgde voor kappen van bossen en overbeweiding door schapen en runderen veranderde hele landstreken rond dorpen en steden in heidevelden. Die woeste gronden  tussen de nederzettingen deden dienst als gemeenschapsgoed waar de bewoners hun schapen overdag lieten grazen, heidemaaisel kwamen halen voor veevoeder en heideplaggen kwamen steken als strooisel voor in de potstallen waar de schapen en koeien ‘s nachts verbleven. De stalmest uit de potstal werd ieder jaar naar de akkers gebracht als bemesting. Door die gebruiken werden de voedingsstoffen van de heide verplaatst naar de akkers. De heidegronden waren al schraal en werden door dit landbouwgebruik nog schraler. De nog aanwezige bomen werden gebruikt voor brandhout en verdwenen. En de exploitatie van de heide zorgde ervoor dat er zich niet opnieuw een bos kon ontwikkelen.

In Nederland werd Staatsbosbeheer speciaal opgericht voor de omzetting van heide in bos. Ongeveer tegelijkertijd ontstond de belangstelling voor de heide bij natuurbeschermers. Als gevolg hiervan zag Staatsbosbeheer af van de bebossing van waardevolle heidevelden en kocht Natuurmonumenten grote heidevelden.

Brempad
De (gewone) brem (Cytisus scoparius, is een struik uit de vlinderbloemfamilie. Brem staat op voedselarme zanderige bodems, in heidevelden op taluds langs wegen en voedselarme hellingen.
Van de twijgen van brem kunnen bezems gemaakt worden.

Spijkerweg
Leo Ewals beschreef in Pontveren en bruggen:
“Ook Heumen kende lang voetveren over de Maas. Het veer Katwijk-Heumen, bij Het Spijck (in ‘t Halder nabij de grens met Mook) bestond tot ca. 1820 en de voetveerverbinding (met roeiboot) vanaf het kasteel Heumen naar Linden is in gebruik geweest totdat het huis van de laatste veerman Grad Paau is gesloopt, in 1939-40, en hij te ver weg ging wonen om het belsignaal nog te kunnen horen.”

De monumentale boerderij aan de huidige Bredeweg 6 werd ook Het Spijck genoemd.

Wellicht heeft de Spijkerweg de naam te danken aan de boerderij ‘Het Spijck’

Sterreschans
De Heumense schans of Sterreschans is een voormalig verdedigingswerk uit de tweede helft van de 17e eeuw. Gelegen nabij de huidige spoorlijn Nijmegen-Venlo in huidig natuurgebied bij Molenhoek.
De schans heeft de vorm van een vijfpuntige ster en heeft een doorsnede van ongeveer 50 meter.

De Toverdans.
Zo heette het gebied op oude kaarten in de omgeving van de huidige kruising Heumense baan – Oude Bovensteweg.

De Bongerd.
In februari 1977 werd in de Raad vastgelegd: ‘De Bongerd’. Deze naam is ontleend aan het feit dat in de nabijheid voorheen de fruitteeltbedrijven van de families Thijssen en Peters waren gevestigd.

Franciscanessenstraat
De zusters Franciscanessen van Heijthuizen stichtten een klooster en scholen aan de Rijksweg (1848 – 1944) bij de huidige Maasstaete.

De congregatie werd in 1835 gesticht door de uit Ohé en Laak  afkomstige Catharina Daemen (1787-1858), ‘moeder Magdalena’ genoemd. Tien jaar eerder was een poging tot kloosterstichting door de Heythuysense pastoor Petrus van der Zandt (1784-1870) mislukt. Catharina Damen, die al in 1817 in Maaseik haar professie  in de wereldlijke Derde orde  van de Heilige Franciscus  had afgelegd, zette haar verlangen om een kloosterleven te leiden door. Op 10 mei 1835 stelde zij zich, samen met enkele andere vrouwen, onder de Regel  van de Heilige Franciscus en was de nieuwe congregatie een feit. Pauselijke goedkeuring kwam pas in 1869.

Dominicanessenstraat
In 1946 kochten de zuster Dominicanessen het Jachtslot en stichtten daar een tehuis voor voogdijkinderen.

Dominicaan, pater Johannes Joseph Lataste O.P. (1832-1869), stichtte in 1866 samen met Mère Henrica Dominica Berthier (1822-1907) de Congregatie van de Dominicanessen van Bethanië.
De naam ‘Dominicanessen van Bethanië’ is ontleend aan het verhaal van Martha en Maria, die Jezus in hun huis in het dorp Bethanië gastvrij ontvingen (Lucas 10 : 38-42). De zusters hebben zichzelf als opdracht gesteld precies zo open en gastvrij te zijn als die twee: net zo dienstbaar als Martha en net zo luisterend naar het woord van God als Maria.

Op het voormalige terrein van de paters ontstonden de straten:

Kloostertuin
4 juli 1907 werd de eerste steen gelegd voor het klooster van de Passionisten in Molenhoek.

In het begin van de twintigste eeuw werd de noodzaak dringend geacht om een klooster in Nederland te gaan stichten. Er kwamen namelijk zoveel Nederlandse jongens naar de opleiding in Kortrijk dat de Belgische provinciaal voorschreef dat minstens de helft van de studenten Belgen moesten zijn. Bovendien: in Nederland kende men vrijstelling van dienstplicht voor priesterstudenten, maar dit telde niet als men in het buitenland studeerde.
Het was de bisschop van Roermond, Mgr. Drehmans, die adviseerde Mook als vestigingsplaats te kiezen.

Passionistenstraat
De Congregatie der Passionisten is een congregatie die in 1720 werd opgericht in de Noord-Italiaanse plaats Ovada door Paulus van het Kruis. In 1746 werd door paus Benedictus XIV de leefregel van de kloostergemeenschap, die officieel de Congregatie van het Lijden van Jezus Christus heet, goedgekeurd.

Paterserf
In oktober 1907 namen de eerste Passionisten hun intrek in Molenhoek.

In 1907 diende pater Clemens, overste van de Passionisten, een verzoek in om een klooster in Molenhoek te mogen bouwen. De paters waren in het bezit gekomen van een lap grond van ongeveer 2 ha door aankoop van de heer Jacobus Kleve,  molenaar te Heumen, gelegen aan de huidige Stationsstraat, toen ‘de weg  van Heumen naar Groesbeek’ genoemd.

Passionistinnenlaantje
Bisschop Lemmens bracht in september 1948 een bezoek aan het slotklooster in Sittard en vroeg aan zuster Vincentia Goren: “Zou u dit contemplatieve leven willen opofferen om een congregatie voor zuster-missionarissen te stichten?”
Het was een zware taak voor zo’n jonge zuster om het slotklooster te verlaten en de verantwoordelijkheid voor een nieuwe congregatie op haar schouders te nemen. De nieuwe stichting had als doel: verpleging en onderwijs en vooral hulp voor de paters Passionisten in hun missiegebieden. De nieuwe congregatie van zusters werd 27 december 1948 een feit en in Mook werd het eerste klooster van de zusters Passionistinnen-Missionarissen van de H. Gemma geopend.

Op een gegeven moment kwamen geen nieuwe novicen die zich op het kloosterleven wilden gaan toeleggen en zo werd Stella Duce voor de zusters Passionistinnen te groot. Het klooster aan de Bovensteweg werd in 1967 verkocht en men kreeg een nieuw onderkomen aan de Hertogstraat in Molenhoek. Dit huis kreeg een nieuwe naam: Boa Vinda, dat ‘Welkom’ betekent. Men koos voor deze naam omdat het een thuis moest gaan worden voor de achterblijvers en voor de zusters die vanuit Brazilië op vakantie kwamen.

De Zonneschijn
Voor een zijweg vanaf de Stationsstraat stellen B&W in 1979 aan de gemeenteraad voor: ‘De Zonneschijn’, omdat op een oude kadastrale kaart het gebied langs de Rijksweg tussen Stationsstraat en de Lindelaan vroeger ‘De Zonneschijn’ werd genoemd.

Stiftstraat, Gravenstraat en Hertogstraat
In de raadsvergadering van 10 januari 1961 werden de volgende straatnamen bekend gemaakt: Stiftstraat, Gravenstraat en Hertogstraat.

Stiftstraat
Van 1018 tot 1473 hoorde de heerlijkheid Mook bij het Stift St. Adelbert en later bij het Stift O.L. Vrouw te Aken.
In de gemeentegids van februari 1951 lezen we:
Albertus, bisschop van Praag, was patroon van het Stift van de H. Adelbert te Aken, dat te Mook goederen had en in de stad Aken een Villa bezat, genaamd ‘Moldeeke’, dat was toen de naam van Mook.

Gravenstraat
In 1227 werd Mook verkocht aan de Graaf van Gelre.
– de weg loodrecht op de Stiftstraat en de verbindingsweg vormend tussen deze en de Middelweg: Gravenstraat. Deze benaming herinnert aan de door keizer Hendrik VI op 3 april 1227 aan de beide stiften verleende machtiging tot verkoop van hun rechten en bezittingen te Mook, waardoor de Gelderse graven eigenaar werden.

Hertogstraat
De Gelderse graven werden in 1339 tot hertog verheven.

Johan van Kleefstraat
In 1473 kwam Mook als leen aan Johan hertog van Kleef.
Johan I van Kleef (14 jan. 1419 – 5 sept. 1481) was van 1448 tot aan zijn dood hertog van Kleef, graaf van Mark en van 1448 tot 1450 heer van Ravenstein.
Deze naam werd bij Raadsbesluit van 3 februari 1965 aangenomen.

Stadhouderslaan
Stadhouder was de titel van een van de belangrijkste functionarissen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij was aanvankelijk de plaatsvervanger van een landsheer.

Jonkerlaan
Een jonker is een adellijk manspersoon.
Wanneer is iemand van adel?
– Als aan hem of haar bij koninklijk besluit adeldom is verleend.
– Als iemands vader van adel is.

Koningslaan
Koning is na keizer de hoogste vorstelijke titel. Met deze titel wordt het (mannelijk) staatshoofd van een koninkrijk aangeduid.
In Nederland bestaat de titel sinds 1806 toen Lodewijk Napoleon werd aangesteld als koning van het koninkrijk Holland (1806-1810).
De eerste koning der Nederlanden was Willem I, prins van Oranje. Hij was vanaf 1813 soeverein vorst der Nederlanden. In 1815 nam hij de titel koning aan.

Prinsenweg
In Nederland wordt de titel van prins verder alleen nog gevoerd als vorstelijke titel door de huidige leden van het Koninklijk Huis  of voormalige leden hiervan. De vermoedelijke troonopvolger voert de titel Prins van Oranje  en de overige (ex-)leden de titels Prins der Nederlanden  en/of Prins van Oranje-Nassau.

Brandenburgstraat en Keurvorststraat
Hoewel Frederik Willem I van Brandenburg veel veroverde gebieden bij de Vrede van Nijmegen weer moest teruggeven, markeert deze zege in 1675 het begin van de opkomst van Pruisen. Keurvorst Frederik Willem legde het fundament voor deze staat. Pruisen kreeg een sterke positie in Europa. Zijn zoon Frederik en latere opvolgers werden niet meer aangeduid als Brandenburgers maar als Pruisen.
De keurvorst Frederik Willem van Brandenburg onderhield goede banden met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij trad in het huwelijk met Louise Henriëtte, de oudste dochter van stadhouder Frederik Hendrik en benoemde Johan Maurits van Nassau-Siegen als stadhouder in Kleef.

In 1701 wordt de stad Pruisisch bezit, als voortzetting van Brandenburg. Pruisen bleef met een korte onderbreking van 1757 tot 1762, heerser over Kleef, maar in 1795 werd de hele Westelijke Rijnoever geannexeerd door Frankrijk.
Ook in het huidige Noord-Limburg bevinden zich gebiedsdelen van het vroegere hertogdom Kleef. Hier betreft het onder andere Mook.

Kapittelweg
Een kapittel is een geestelijke gemeenschap of bestuurscollege. Meestal betreft het een gemeenschap van katholieke of anglicaanse geestelijken, verbonden aan een kathedraal, kapittelkerk of klooster.
Ter onderscheiding van kapittels verbonden aan kloosters, worden andere kerkelijke kapittels aangeduid als seculiere kapittels. ‘Seculier’ of ‘wereldlijk’ geeft aan dat deze kanunniken geen kloosterregel volgen. Collegiale (of seculiere) kapittels komen tegenwoordig nog maar weinig voor. Tot de Franse tijd (in de Noordelijke Nederlanden tot aan de reformatie) waren dit vaak machtige feodale instellingen, waar veelal niet-ervende zonen uit adellijke families onderdak vonden.

In Molenhoek zijn vele straten naar een boomsoort genoemd.

Lindenlaan
Vroeger heette deze straat Parallelweg
Ze liep vanaf de Rijksweg parallel met het spoor naar het station.
Op 9 februari 1927 schreef de Nederlandse Spoorwegen de volgende brief aan de burgemeester van de gemeente Mook:
Mij [de inspecteur van het vervoer] bereikten klachten over de zeer slechte toestand van de zogenaamde Parallelweg, verbindende de Rijksweg met ons station Mook-Middelaar.
Deze, onder het beheer en onderhoud uwer gemeente, behorende weg verkeert in een zodanige staat, dat hij door karren slechts zeer moeilijk bereden kan worden, waardoor onze vervoerders, de losplaats van het station Mook-Middelaar slechts met zeer grote moeite kunnen bereiken.
Aangenaam zal het ons zijn, indien u de nodige voorzieningen kunt doen treffen.

Linde (Tilia) is een geslacht van bomen uit de kaasjeskruidfamilie. De soorten van dit geslacht komen voor op het noordelijk halfrond in Europa, Noord-Amerika en Azië.
Voordat de raffinage van suiker haar intrede deed, was de linde een belangrijke boom omdat de lindebloei veel honing produceert.
De lindeboom werd bij de Kelten en de Germanen gezien als heilige boom. De godin Freya zou zich erin gevestigd hebben. De geest van de linde gold als beschermer voor huizen, bronnen en kerken. Ook later werd de lindeboom als ‘goede boom’ beschouwd. Er werd recht gesproken en andere plechtigheden werden er gehouden waaronder het sluiten van huwelijken. Een lindetak zou tevens helpen als middel tegen tandpijn bij kinderen en het werd, in amuletvorm, gebruikt als bescherming tegen zwarte magie en geesten.

Eikenlaan
Wanneer in het Nederlands over de eik gesproken wordt, gaat het meestal over de zomereik. In het algemeen is eikenhout sterk en hard, maar toch redelijk makkelijk te bewerken en af te werken. Eiken werden door voorchristelijke bewoners van West-Europa gebruikt als boomheiligdom.
De Amerikaanse eik is in Nederland in gebruik sinds 1825 en in het verleden ook in bossen op grote schaal aangeplant. Een nadeel van de soort is dat deze een brede en dichte kroon vormt en daardoor onder bosomstandigheden andere boomsoorten verdringt en geen ondergroei toelaat.

zomereik
amerikaanse eik

Esdoornlaan
De gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) is een boom die van nature in Zuid- en Midden-Europa voorkomt. In Nederland en België is hij sinds lang ingeburgerd en wordt hij tot 30 m hoog.

Beukenlaan
De wetenschappelijke naam van het geslacht is afkomstig van Latijn fagus (beuk) mogelijk van het Griekse phagein (eten) verwijzend naar de eetbare nootjes van de beuk.

Meidoornhof
Meidoorn (Crataegus) is een geslacht uit de rozenfamilie (Rosaceae). Het geslacht wordt ook wel haagdoorn of steendoorn genoemd. Het zijn struiken die van nature in Europa, Noord-Amerika, Azië en Noord-Afrika voorkomen. Sommige soorten komen ook als boom voor. De meidoorn werd vanwege de doornen op de takken veel gebruikt in hagen als afscheiding voor het vee. Het hout is hard en fijn van structuur.

Lijsterbeshof
Lijsterbes is een geslacht van bomen en heesters uit de rozenfamilie. Het geslacht komt van nature voor op het noordelijk halfrond, vooral in Europa en Azië. Veel soorten uit dit geslacht worden aangeplant als sierboom.

Iepenhof
Hollandse iep
Iep of olm – UImus
Er zijn ongeveer 40 soorten iepen. Door de iepenziekte is het iepenbestand in de vorige eeuw enorm achteruitgegaan.
De oudste vondst van een iepenhouten voorwerp in Nederland is 7500 jaar oud, en dat was een boog. Een oude volksnaam voor iep was dan ook ‘booghout’. Iepen behoren tot de oudste gecultiveerde bomen op aarde. Er zijn aanwijzingen dat de Grieken al omstreeks 600 voor Christus iepen in Frankrijk invoerden voor ondersteuning van wijnranken en voor veevoer. Iepen zijn belangrijke heilige bomen in de Himalaya en waren dat ook in Noordwest-Europa.
We waarderen hem nu als een taaie sierboom, ideaal voor stadsbeplantingen en aanplant in open landschappen, maar in vroeger eeuwen had hij andere functies. Hij verschafte voedsel voor mens en dier en in de wijnbouw werd de iep speciaal geteeld om de wijnranken te kunnen leiden.

Essenhof
Essen horen bij de olijffamilie, evenals olijf, forsythia, jasmijn, liguster en sering. Op het hele noordelijk halfrond groeien 49 soorten essen. In onze streken is er slechts één inheems. De gewone es is veruit de meest aangeplante soort, terwijl de smalbladige es populair is in stedelijk gebied.
Het woord ‘es’ is afgeleid van het Germaanse ‘asker’, dat zowel scherp als speer betekent. Essenhout was vroeger het sperenhout bij uitstek. In het Germaanse scheppingsverhaal speelt de es een belangrijke rol: de eerste mensen zijn geschapen uit de aangespoelde boomstammen Askr en Embla, dat zijn de es en de iep. Uit de es werd de man geschapen en uit de iep de vrouw.

Berkenhof
De berk is een mysterieuze boom. Hij is de boom van het noorden en speelt in tal van sagen en mythen een rol. Geen boom is zo winterhard als de berk die zelfs ten noorden van de poolcirkel groeit. Ondanks zijn sierlijke uiterlijk is hij toch één van de taaiste bomen die met harde winden meebuigt. In het noorden van Scandinavië en Rusland vindt men oude berkenbossen, die men oerbossen zou kunnen noemen. Op de ruige toendra’s komen ook struikvormen voor.

De berk is de heilige boom van de Siberische volkeren. Voor de Germanen was de berk de boom der wijsheid. Zij kenden aan bladeren, twijgen en sap magische en geneeskrachtige eigenschappen toe. In de toppen van berken zien we vaak merkwaardige, dicht opeen gegroeide takken bossen, de zogenaamde heksenbezems, door zwammen veroorzaakte dwergvormen. Hierop zouden heksen door het luchtruim vliegen.

Appelhof
De appel werd al 10.000 v.Chr. in Europa in het wild verzameld en al in het Nabije Oosten geteeld in 4000 v.Chr. Waarschijnlijk is de appel langs de oude zijderoute verspreid. De eetbare handappel is het eindresultaat van een eeuwenlang proces van kruising in Centraal-Azië, waar meer dan 25 wilde appelsoorten voorkomen. Geselecteerde rassen werden later in stand gehouden door de door Chinezen uitgevonden techniek van enting.
Ten tijde van de Oude Grieken en Romeinen tussen de achtste eeuw v.Chr. en de vijfde eeuw na Chr. was er een florerende teelt van appels. De Romeinen hebben deze rassen verder verspreid over West-Europa.

In de negentiende eeuw hadden vele steden in Europa en Nederland hun eigen rassen. Deze rassen waren zoet of halfzuur, verschillend gekleurd en met verschillende vormen en grootte. Europeanen introduceerden de appel in Noord-Amerika . Met het verdwijnen van de hoogstamboomgaarden zijn veel rassen weer verloren gegaan. Verschillende verenigingen in Nederland proberen zo veel mogelijk oude rassen in stand te houden.

De Hazelaar
Hazelaar is een bladverliezende, meerstammige grote heester of kleine boom met prachtige decoratieve katjes. De heerlijke hazelnoten zijn geliefd bij mens en dier.
Zo zijn eekhoorns, hazelmuizen, gaaien, spechten en boomklevers er dol op. Bij gunstig weer bengelen de mannelijke katjes al in januari aan de takken. Van de winterse temperaturen wordt niet aangetrokken.

Kastanjelaan
Vanaf oktober vallen ze weer uit de bomen: stekelige bolsters met daarin kastanjes. Heerlijke en gezonde herfstnoten die je zomaar van de grond kan rapen en kan eten! Ze zijn erg gezond, maar niet allemaal eetbaar! De tamme kastanje is rauw eetbaar en smaakt dan nootachtig. Gepoft, geroosterd of verwerkt in een puree zijn tamme kastanjes veel lekkerder en wat zoeter van smaak. De wilde kastanje, ook wel paardenkastanje genoemd, is erg bitter en dus niet eetbaar.

tamme kastanje
paardenkastanje

Halderweg
Het Halder is een oude veldnaam op een kadastrale kaart.

De componistenbuurt
De Raad kon zich verenigen met het voorstel van dhr. Gipman. Hij stelde voor de drie zijwegen van de Kuilseweg tegelijkertijd een naam te geven bijvoorbeeld van de componisten Bach, Beethoven en Mozart omdat er momenteel zo weinig muziek zat in het uitbreidingsplan ‘Molenhoek’.
Eerst was men van plan geweest om hier namen van burgemeester en wethouders die zich verdienstelijk hadden gemaakt voor de totstandkoming van dit uitbreidingsplan. Allereerst werd aan burgemeester Hendrixstraat gedacht. Maar omdat het hier een straat betrof waar maar zo’n vier of vijf huizen gebouwd zouden worden, vond men dat de burgemeester er dan wel bekaaid vanaf kwam.

Mozartstraat
Wolfgang Amadeus Mozart (Salzburg, 27 januari 1756 – Wenen, 5 december 1791) doopnaam Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart, was een uit het prinsaartsbisdom Salzburg afkomstige componist, pianist, violist en dirigent.  Hij excelleerde in elke courante muziekvorm uit zijn tijd, met name in opera, de symfonie, het pianoconcert en kamermuziek. De muziek die hij als volwassene componeerde, geworteld in Oostenrijkse en Zuid-Duitse tradities maar gekleurd door de Italiaanse opera, kenmerkt zich door haar melodische schoonheid, formele perfectie en rijkdom van harmonie en textuur.
Mozart was een wonderkind, dat op uitzonderlijk jonge leeftijd viool, klavecimbel en orgel speelde en kwalitatief hoogstaand werk componeerde. Hij was een veelzijdig componist.

Wolfgang Amadeus Mozart

Beethovenstraat
Ludwig van Beethoven Bonn 16 december 1770 – Wenen 26 maart 1827 was een Duitse componist,  musicus, virtuoos en dirigent.  Zijn stijl sluit direct aan op die van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn  met wie hij tot de Eerste Weense School wordt gerekend. Hij wordt onder de invloedrijkste componisten gerekend. Zijn oeuvre heeft een overheersende invloed gehad op de negentiende-eeuwse muziek.
De laatste jaren van zijn leven kwakkelde Beethoven ernstig met zijn gezondheid. De somberheid en het wantrouwen die hij al vroeg had, werden meer uitgesproken door de slechthorendheid die in 1801 begon en die uiteindelijk tot volledige doofheid zou leiden.

Ludwig van Beethoven

Bachstraat
Johann Sebastian Bach (Eisenach 21 maart 1685 – Leipzig 28 juli 1750) was een Duitse componist van barokmuziek, organiat, klavecinist, violist, muziekpedagoog en dirigent. Hij wordt door de meeste muziekwetenschappers beschouwd als een van de grootste en invloedrijkste componisten uit de geschiedenis van de klassieke muziek vanwege de inventiviteit waarmee hij melodie, harmonie en ritme, maar ook diverse muziekstijlen uit zijn tijd en dansvormen combineerde, wat vele componisten na hem inspireerde en wat ze ook trachtten te evenaren.

Johann Sebastian Bach

Later kwam de Chopinstraat er nog bij.
Chopin werd geboren in het dorp Żelazowa Wola in het hertogdom Warschau op 1 maart 1810, als zoon van een Poolse moeder en een uitgeweken Franse vader. Hij stond bekend als wonderkind op de piano. In november 1830 vertrok hij naar het buitenland. In Parijs leefde Chopin als componist en pianoleraar. Aanvankelijk manifesteerde hij zich als concertpianist, maar al vroeg hield hij daarmee op en concentreerde zich op het lesgeven. Om te voorkomen dat hij afhankelijk zou zijn van documenten van het Russisch Keizerrijk werd hij Frans staatsburger. Chopins toch al slechte gezondheid ging verder achteruit en in 1849 stierf hij in Parijs op 17 oktober 1849 aan tuberculose.
Zijn oeuvre bestaat bijna geheel uit composities voor solopiano. Zijn werk vormt het hoogtepunt van de pianomuziek uit de romantiek.

 

(wordt vervolgd)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *