Wachtpostwoningen

Tussen het bruggetje over het spoor in de weg van Groesbeek naar Heumen en de brug over de Maas werden drie wachtpostwoningen gebouwd: wachtpost 17, 18 en 19.

Wachterswoningen en wachthuisjes waren ook met name ook bedoeld voor de baanwachters die regelmatig de baan moesten schouwen. De vereiste wegwachterswoningen en –huisjes, zo zegt hoofdstuk VI van Instructie 5 betreffende de Staatsspoorwegen d.d. 26-9-1860, werden bij voorkeur geplaatst bij overwegen, bruggen en wissels.
Op 1 juni 1883 werd de spoorlijn Nijmegen – Venlo voor verkeer geopend.
Tussen 1884-1887 reden er lokaaltreinen die overal stopten en waarvoor zelfs bij acht wachtposten, onder andere bij Heumen (wachtpost 19) bij de spoorbrug over de Maas, perrons werden aangelegd. Wachtpost 19 aan de oostzijde van de brug werd als stopplaats Heumen in 1885 geopend maar in 1891 alweer gesloten.

In wachtpost 19 heeft het gezin van ploegbaas Martin Philips gewoond. Dochter Zus vertelde: “Ik heb 10 jaar in de wachtpost gewoond boven bij de brug. Het was een beetje een eilandje want je moest 22 treden omhoog voordat je bij ons huis was. En dat viel tegen. Daarna zijn we verhuisd naar de Rijksweg en kwamen we tussen de mensen te wonen. Toen kreeg ik ook opeens vriendinnen. Daar, in huize Liza, vond ik het veel prettiger wonen.”

wachtpost 19 (is afgebroken)

In wachtpost 18 (bij de spoorwegovergang) heeft de familie Geurts-Theunissen gewoond. Albertus (Bertus) Geurts werkte bij het spoor en zijn vrouw Jacoba Geurts-Theunissen was overwegwachteres. Toen ze aan de Lindenlaan een stukje grond konden kopen, bouwden ze daar een huis. Kinderen van dit echtpaar waren: Nel, Nol, Riek, Albert, Co, Miep en Ben.
Dochter Nel, geboren te Mook op 4 juli 1907 en overleden op 20 september 1986, trouwde op 4 oktober 1929 te Mook en Middelaar met Huub van der Loo. Zij gingen wonen in wachtpost 18. Hubertus Hendrikus (Huub) werd geboren te Swalmen op 3 februari 1902 en overleed op 3 november 1965. Hij was houtbewerker.

De buren van familie Geurts was familie Van den Nieuwenhuizen en ook vader Harrie was spoorwegbeambte.

wachtpost 18 (is afgebroken)

Wachtpost 17 (A3 – A5 later postadres A 215).

Gerardus de Best, geboren te Heumen op 3 juli 1861 en overleden te Cuijk en St. Agatha op 10 maart 1941. Beroep spoorwegarbeider. Hij woonde er met zijn zus Johanna. Zij werd geboren te Heumen op 8 mei 1858 en overleed te Cuijk en St. Agatha op 14 april 1939.

Op 18 mei 1923 komen hier tot 1 december 1924 wonen waarna ze naar Linden vertrekken:
Henri Johannes van den Nieuwenhuizen, geboren te Linden op 16 maart 1896 en overleden op 20 juni 1971. Beroep spoorwegarbeider. Hij trouwde te Nijmegen op 26 oktober 1922 met Maria Peulings. Zij werd geboren te Groesbeek op 22 maart 1890 en overleed op 23 januari 1984. Kind van dit echtpaar:
1. Martinus Johannes, geboren te Mook op 10 juli 1924. Hij trouwde met Nellie Francissen.

Later komen we dit gezin op de Paralelweg/Lindenlaan A173a weer tegen.

Van 1 december 1924 tot 8 oktober 1926 komen we op dit adres tegen:
Hermanus Antonius Polman, geboren te Renkum op 1 december 1888. Hij trouwde te Beuningen op 20 september 1917 met Johanna Geertruida Berendina Pouwelsen. Zij werd geboren te Beuningen op 27 mei 1894 en overleed te Nijmegen op 22 oktober 1957. Kinderen van dit echtpaar:

  1. Johannes Machiel, geboren te Nijmegen op 24 februari 1919.
  2. Geertruida Berdina, geboren te Valburg op 10 december 1922.
  3. Johanna, geboren te Elst op 7 juni 1924.
  4. Hermina Catharina Maria, geboren te Mook op 15 november 1925.

Op 7 oktober 1926 komen vanuit Schijndel Adrianus (Janus) Smits (ambtenaar spoorwegen) en Martina van Hemmen hier te wonen. Janus Smits werd geboren te Schijndel op 29 augustus 1888 en overleed op 2 februari 1957. Hij trouwde te Schijndel op 16 mei 1924 met Martine van Hemmen. Zij werd geboren te Boxtel op 13 augustus en overleed op 9 november 1950.

In 1953 kwam het gezin Pouwelsen hier wonen. Jo Pouwelsen was getrouwd met An Beers.

wachtpost 17 (bestaat nog steeds)

“Mijn vader was aan het spoor. Het klinkt leuk maar als hij in de ploeg zat die de lijn moest onderhouden waren er dagen bij dat het toch wel erg zwaar werk was. Bij het lijnschouwen (controleren op eventuele losse bouten of spijkers) werd een stuk rails gecontroleerd waar die dag de ploeg aan het werk was. Het zwaarste onderhoudswerk bestond uit het rechtleggen van de rails, het zogenaamde schiften. Eerst moest dan aan het kopeind van de biels de ballast [grove grind] worden weggeschept en vervolgens werd de rail met 1,5 meter lange zware ijzeren staven verschoven. Het schiften gebeurde door de hele ploeg die dan in een rij naast elkaar stond terwijl de ploegbaas keek of de rail weer recht lag. Om de rails waterpas te leggen moest het grove grind opzij van de rails worden weggeschept en daarna werd met een pikhouweel grind onder de rails geslagen zodat die omhoog kwam. Zo’n pikhouweel woog ongeveer 5 kilo en een stootijzer om te schiften woog 8 kilo. Zeer zwaar en vermoeiend werk dus.”

Er woonden in Molenhoek verschillende mensen die werkzaam waren bij het spoor.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *