Winkeltjes en bedrijfjes aan de Stationsstraat

Winkeltjes en bedrijfjes aan de Stationsstraat

Voordat het winkelcentrum in Molenhoek gebouwd werd, waren er in de loop van de twintigste eeuw verschillende ‘winkeltjes’ aan de Stationsstraat.

Vanaf de Rijksweg komen we aan de linkerkant eerst Frans en Mina Meijers tegen. Stationsstraat 5. Hij ging met de transportfiets met zuivelproducten rond en later verruilde hij de fiets voor een kar met paard. Bij hen thuis kon je kaas kopen. Het was geen echte winkel, de bedrijfsvoering vond in de gang plaats en de kazen lagen in de kelder.

Twee deuren verder, Stationsstraat 9, woonde H.A. van Bergen. Hij had op 11 april 1933 een bouwvergunning voor de bouw van dit huis aan de Stationsstraat in Molenhoek ontvangen.

 

Op 20 maart 1936 kocht Jozef Kersjes dit winkel-woonhuis van H.A. van Bergen. Hij was kruidenier en kapper en had ook een soort manufacturenafdeling.

Later kwam hier Wim Postulart met brood en kruideniersartikelen te zitten. Achter het huis werd in 1951 een bakkerij gebouwd.

In 1963 volgde weer een verbouwing

Aan de overkant woonde de familie Cornelissen in een 2 onder 1 kap woning. De familie woonde eerst in het linker huis van deze twee onder 1 kap A197i nu nummer 12, later verhuisde het gezin naar het rechter huis A197h nu nummer 10.

Marie Cornelissen-Kersten ging donderdagsmiddags en vrijdags met vis langs de deuren. De vis werd aanvankelijk donderdags met Van Gend en Loos bij het station aangevoerd. Een mand was voor de zusters van Bethanië en een andere mand voor Marie.

Later, toen ze met vis gestopt was mistte Marie de bedrijvigheid en kon men bij haar thuis snoep en ijs kopen.

Drie deuren verder, Stationsstraat 16, woonde de elektricien Piet van Aernsbergen en hij verkocht thuis stofzuigers, radio’s, wasmachines; het zogenaamde witgoed zouden we nu zeggen. Hij had geen echt winkelpand.

Aan de overkant, Stationsstraat 17, ontving Grad de Best op 22 augustus 1935 de bouwvergunning voor de bouw van een winkelhuis. Hij was getrouwd met Betje Verheij.


Grad was chauffeur en zij runde de winkel in verfartikelen, behang, gordijnen, kinderspeelgoed, etc.. Betje de Best kende iedereen. Het verhaal gaat dat als je bijvoorbeeld in de winkel kwam om een cadeautje voor een kind te kopen ze eerst vroeg voor wie het was. Als je dan bijvoorbeeld zei: voor Gertjan. Dan kon ze goed zeggen: “Niet doen want dat krijgt hij al van iemand”.

Op 29 januari 1952 ontving dhr. G. de Best toestemming om zijn winkel te mogen uitbreiden. De kamer rechts van de ingang werd bij de winkel getrokken en daarom werd de voorgevel veranderd.

 

Voorbij de Middelweg komen we links, Stationsstraat 41, schoenmaker Frans Hulsman tegen. Hij repareerde niet alleen schoenen maar de familie Hulsman bezat ook een schoenenwinkel.

De vader van Frans Hulsman overleed toen Frans nog maar enkele maanden oud was ten gevolge van een tramongeval. Moeder hertrouwde met Reuvers en zij lieten omstreeks 1931 een huis met deel bouwen aan de Stationsstraat. Vader Reuvers was knecht bij diverse boeren waar hulp nodig was en handelde in houten klossen die hij uit het bos haalde. Zoon Frans werd schoenmakersknecht bij Kesseler in Malden en volgde vervolgens in de avonduren allerlei cursussen om tenslotte in april 1939 te slagen voor diploma A van schoenhersteller. Het klinkt zo eenvoudig maar hij moest er wel veel voor over hebben. Vijf jaar lang volgde hij in Nijmegen hiervoor avondonderwijs. Dat hield in dat hij enkele avonden in de week na een werkdag, om half acht de deur uit ging en naar Nijmegen moest fietsen voor de schoenmakersopleiding. Vooral in de winter viel dat niet mee, vooral omdat dan de carbidlamp op de fiets vanwege het natte weer het nog wel eens kon begeven. In het ouderlijk had hij een werkplaats gemaakt en de inrichting hiervan kostte hem maar liefst 600 gulden; een hele onderneming in de crisistijd. Het belangrijkste wapen in de dertiger jaren toen er grote werkloosheid heerste en de mensen daardoor weinig geld in de portemonnee hadden, was vakmanschap en service. “Voor nieuwe zolen en hakken betaalde de klant 1,40 gulden, voor dameshakjes 25 cent. Je kon en durfde niet meer te vragen want een nieuw paar schoenen kostte toen niet meer dan een gulden of vier, vijf. Met 500 reparaties per week kon je de boterham wel verdienen.”

In 1942 trouwde Frans Hulsman met Wilhelmina (Mientje) Kuppeveld uit Wijchen. Ze trouwden thuis in Molenhoek in en samen droomden ze ervan om na de oorlog met een schoenenwinkel te beginnen. In de winter 1944 – 1945 was een geallieerd leger in Molenhoek gestationeerd en kreeg Hulsman inkwartiering van een Canadese soldaat die de schoenreparaties van de militairen moest verzorgen. Frans en de Canadees konden elkaar goed verstaan, maar een ander begreep niets van hun taaltje. Na de bevrijding zou de winkel gestalte krijgen, maar helaas. Frans werd ziek en anderhalf jaar lang heeft hij niet kunnen werken. Eind 1947 kwam hij uit het ziekenhuis en werd in de woonkamer een toonbank geplaatst en wat schappen gemaakt. Op 24 maart 1948 werd de heer F.W. Hulsman, Stationsstraat A 202a ingeschreven als schoenwinkelier. In het begin viel dat niet mee, want Molenhoek telde nog niet zoveel bewoners en schoenen is geen gemakkelijk verkoopartikel. Je hebt niet alle dagen nieuwe nodig.

In de winter van 1958 – 1959 woonde het gezin Hulsman: vader, moeder, Appie, Ans, Theo en Fred tijdelijk in de verbouwde bakkerij van Lelieveld. Dit was nodig omdat hun huis aan een kant drastisch verbouwd werd tot winkelpand.

Op 9 juli 1958 ontving F. Hulsman toestemming tot verbouwen en verbeteren van woonhuis en winkel.

Na de verbouwing kreeg het gezin weer een echte woonkamer. Tot die tijd hadden ze alleen de keuken beneden als woonruimte want aan de andere kant van het huis woonden opa en oma. Bij de heropening had vader Hulsman asbakjes laten maken als relatiegeschenk. “Een van die asbakjes ging toentertijd naar frater Richard Celie, die op 14 juni 1969 priester gewijd werd. Op 1 januari 1980 werd hij benoemd tot pastoor te Gennep waar hij op 6 januari 2000 overleed. Zijn huishoudster vond het asbakje tussen zijn spullen en ging op zoek naar Hulsman. En zo kwam ze bij mijn broer terecht mét het asbakje”, aldus Fred Hulsman.

Hoewel het na de oorlog langzaamaan steeds minder werd met de schoenenreparatie, had vader Hulsman een mooie vaste klant. De zusters van Bethanië hadden zich in Molenhoek gevestigd met een opvanginstituut voor moeilijke kinderen en zij lieten de schoenen bij hem repareren. Verder vertelde Fred: “Mijn vader vond het een prachtig beroep, maar toch raadde hij het ons allemaal af. Het is waar dat, als ik op bed lag, vader nog vaak in de werkplaats bezig hoorde. En zondags was het rekeningen schrijven, waarvan er toch een stel onbetaald in het boek bleven staan.”

Halverwege de zeventiger jaren (van de vorige eeuw) stopte de heer Hulsman met zijn werk. Hij kluste alleen nog een beetje voort voor familie en kennissen. In 1982 bouwde het echtpaar Hulsman-Kuppeveld een huis aan de overkant waar Frans Hulsman zelf helaas maar kort heeft kunnen wonen.

Aan de overkant van de schoenenzaak heeft het lascentrum gestaan waar gasflessen, gereedschappen, gaas, enz. te koop waren.
Hinderwetvergunning verleend aan W.Th.G.M. Peters voor de opslag van industriële gassen en lasapparatuur gelegen Stationsstraat 28 te Molenhoek in 1969.

Een stukje verderop aan de linkerkant, Stationsstraat 51, woonde bakker Lelieveld. Vanaf de Rijksweg kreeg hij op 9 maart 1935 een bouwvergunning voor een winkel aan de Stationsstraat. Achter het huis werd de bakkerij gebouwd.

 

V.l.n.r.: Truus, moeder Lies Lelieveld-Meussen, Frans, Geert en zijn vrouw Jo, Marietje met haar man Martien. Op de achtergrond de op schaal nagebouwde molen aan de Rijksweg.

Schuin tegenover Lelieveld woonde familie Rikken met hun tuindersbedrijf, Stationsstraat 46.

Thé Rikken had alleen een kwekerij en de planten gingen naar de veiling en naar groothandelaren.

Later nam zoon Jac het bedrijf over en ging men ook naar standplaatsen om bloemen te verkopen. Zo kreeg hij in 1967 toestemming om met een bloemenkraam standplaats in te nemen op het Raadhuisplein.
In april 1967 vroeg hij toestemming om een plantenkas en een bewaarplaats te bouwen.

Aan de Stationsstraat verscheen later een winkeltje.

In 1974 en in december 1976 kreeg Jac Rikken toestemming voor uitbreiding van het kassencomplex.

In 1992 kreeg Rikken toestemming voor de bouw van een grotere bloemenwinkel.

In 1996 overleed Jac Rikken en werd dit bedrijf gesloten.

Broer Hans Rikken opende op 27 juni 1996 een bloemenzaak in het winkelcentrum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *